Kenniscentrum
Hoeveel groepen heb ik nodig in mijn groepenkast?
Het korte antwoord: een appartement heeft er meestal 4 tot 6, een tussenwoning 6 tot 8 en een vrijstaand huis 8 tot 12. Plus een eigen groep voor elk zwaar apparaat. Hieronder lees je hoe je het voor jouw huis uitrekent.
Eerst dit. Deze pagina helpt je bepalen wat je nodig hebt. Het vervangen of uitbreiden van een groepenkast laat je doen door een erkend installateur: een fout in de kast raakt de veiligheid van het hele huis. Onze installateurs kunnen dat voor je doen, zie onderaan.
Wat is een groep?
Een groep is een stroomkring in je huis met een eigen beveiliging in de groepenkast. Alles wat op die kring zit, deelt dezelfde automaat van meestal 16 ampère. Vraag je samen meer stroom dan de groep aankan, dan schakelt de automaat uit. Hoe meer groepen, hoe beter de belasting verdeeld is en hoe minder er uitvalt als er iets misgaat.
Stap 1: tel de gewone groepen
Voor stopcontacten en verlichting houden installateurs als vuistregel maximaal tien aansluitpunten per groep aan. Een dubbel stopcontact telt als één punt, een lichtpunt ook. Verdeel de groepen zo dat niet een hele verdieping op één groep hangt: valt er dan een automaat uit, dan zit je niet overal in het donker.
| Woning | Gewone groepen | Toelichting |
|---|---|---|
| Appartement | 4 tot 6 | Keuken, woonkamer, slaapkamers en badkamer verdeeld |
| Tussenwoning | 6 tot 8 | Minstens een groep per verdieping plus keuken apart |
| Hoekwoning of twee-onder-een-kap | 7 tot 9 | Vaak een extra groep voor tuin of schuur |
| Vrijstaande woning | 8 tot 12 | Hangt af van oppervlak, bijgebouwen en buitenverlichting |
Stap 2: tel de eigen groepen
Apparaten die lang veel vermogen vragen krijgen een groep voor zichzelf. Dan valt de wasmachine niet uit als tegelijk de oven aanstaat. Reken op een eigen groep voor:
- Kookplaat. Een inductiekookplaat vraagt bij een 1-fase aansluiting meestal twee groepen van 16 ampère, bij 3-fase een 2- of 3-fase groep.
- Oven en combimagnetron.
- Vaatwasser, wasmachine en wasdroger, elk een eigen groep.
- Cv-ketel of warmtepomp. Een warmtepomp vraagt soms een zwaardere of 3-fase groep, kijk in de installatievoorschriften.
- Laadpaal voor de auto, altijd een eigen groep met eigen aardlekbeveiliging. Zie laadpaal thuis aansluiten.
- Omvormer van de zonnepanelen. Die mag nooit via een stopcontact, altijd een eigen groep.
- Airco, close-in boiler of elektrische vloerverwarming, afhankelijk van het vermogen.
Stap 3: tel reserve erbij
Een groepenkast gaat twintig tot dertig jaar mee, en in die tijd komt er bijna altijd iets bij: een laadpaal, een warmtepomp, zonnepanelen. Laat daarom minstens twee lege plekken over, of kies meteen een kast die een maat groter is. Een lege plek kost bijna niets; later een grotere kast plaatsen wel.
Rekenvoorbeeld: tussenwoning met inductie en zonnepanelen
- Gewone groepen
- 7 (begane grond 2, keuken 1, eerste verdieping 2, zolder 1, tuin 1)
- Kookplaat inductie
- 2 groepen (1-fase aansluiting)
- Oven, vaatwasser
- 2 groepen
- Wasmachine, droger
- 2 groepen
- Cv-ketel
- 1 groep
- Omvormer zonnepanelen
- 1 groep
- Reserve
- 2 plekken
- Totaal
- 15 groepen plus 2 reserve
Hoeveel groepen achter een aardlekschakelaar?
Elke groep in een woning moet beveiligd zijn met een aardlekschakelaar van 30 milliampère. Kies je voor gewone installatieautomaten achter een gezamenlijke aardlekschakelaar, dan mogen daar maximaal vier eindgroepen achter. Verdeel de groepen over de aardlekschakelaars zo dat in elke ruimte licht blijft als er één uitvalt.
Een alternatief is een aardlekautomaat per groep. Die combineert de automaat en de aardlekbeveiliging in één module. Valt er iets uit, dan gaat alleen die ene groep uit. Het kost per groep iets meer, maar het scheelt zoeken en je hebt geen grens van vier groepen. Twijfel je welk type aardlek je nodig hebt, lees dan aardlekschakelaar type A of type B.
1-fase of 3-fase?
Een gewone woning heeft vaak een 1-fase aansluiting van 35 of 40 ampère. Met een inductiekookplaat, warmtepomp en laadpaal tegelijk loop je daar snel tegenaan. Een 3-fase aansluiting (meestal 3 x 25 ampère) verdeelt de belasting over drie fasen en geeft veel meer ruimte. Die vraag je aan bij je netbeheerder, de kast pas je daarop aan. Meer daarover in groepenkast 1-fase of 3-fase.
Zelf je groepenkast samenstellen
Weet je hoeveel groepen je nodig hebt? In de configurator kies je de aansluiting, het merk en per groep de beveiliging. Je ziet de kast vollopen en krijgt de stuklijst met prijzen.
Groepenkast samenstellen Alle groepenkasten
Veelgestelde vragen
Hoeveel groepen heeft een gemiddelde woning nodig?
Een appartement zit meestal op 4 tot 6 groepen, een tussenwoning op 6 tot 8 en een vrijstaande woning op 8 tot 12. Daar komen de eigen groepen bij voor apparaten als de kookplaat, de wasmachine of een laadpaal.
Hoeveel groepen mogen er achter een aardlekschakelaar?
In een woning maximaal vier eindgroepen per aardlekschakelaar. Wie op elke groep een aardlekautomaat zet, heeft die grens niet: elke groep heeft dan zijn eigen aardlekbeveiliging.
Hoeveel stopcontacten en lampen mogen op een groep?
Als vuistregel houden installateurs maximaal tien aansluitpunten per groep aan, waarbij een dubbel stopcontact als een punt telt. Apparaten die veel vermogen vragen krijgen een eigen groep.
Mag ik zelf een groepenkast vervangen?
Werk aan de groepenkast hoort bij een erkend installateur. De hoofdaansluiting is van de netbeheerder en een fout in de kast raakt de veiligheid van het hele huis.
Laat het aansluiten door onze installateurs
Achter ElektraNu staan installateurs die groepenkasten vervangen en uitbreiden. Hun klanten geven ze een 4,8 uit 5 (ruim 100 beoordelingen van klanten van onze installateurs). Vertel wat je wilt aansluiten, dan krijg je een voorstel met de juiste kast en een prijs voor het werk.